Beelddenken

Alle kinderen worden geboren met een dominante rechter hersenhelft. Ze denken nog niet in taal, maar leren via hun zintuigen: horen, zien, ruiken, voelen en proeven. Ze “beleven” de wereld. Als een kind leert praten en in taal leert denken wordt de linker hersenhelft dominant. De taal gaat overheersen en het kind gaat de wereld beredeneren. Een kleine groep mensen blijft echter bij voorkeur in beelden en gevoelsmatig denken, oftewel hebben een rechtsgeoriënteerde leerstijl. Onderzoek heeft uitgewezen dat beelddenken erfelijk bepaald is.

Beelddenkers zijn slimme kinderen, maar leren dus op een andere manier. Bij veel kinderen met een diagnose als AD(H)D of dyslexie, zie je een rechtsgeoriënteerde leerstijl. In het plaatje hierboven is het verschil aangegeven tussen de linker- (taaldenker) en rechter (beelddenker) hersenhelft.

Op school wordt de informatie vaak auditief en stap voor stap aangeboden en wordt er zo een conclusie getrokken. De beelddenker leert echter vanuit het totale overzicht, heeft behoefte aan visuele ondersteuning en leert door te doen. Zo komt hij/zij tot een (vaak creatieve en verrassende) oplossing. Door deze andere leerstijl kunnen beelddenkers op school problemen krijgen op het gebied van taal, rekenen, tekstbegrip, concentratie, werktempo en sociaal emotionele ontwikkeling (o.a. faalangst).

Middels de Kernvisiemethode leer ik kinderen diverse technieken aan om lesstof zelf visueel op te slaan en blijvend te kunnen reproduceren en wordt er ingespeeld op de behoefte om te leren door te doen. Het vertrouwen groeit als de kinderen ontdekken dat ze het dus wél kunnen, maar op een andere manier.